De stamvader van de familie komt bewijsbaar voor 1447 uit
Aarle, geruime tijd na het gewelddadig einde
van de orde in 1312. Echter de 3 generaties (Jan - Jan - Jan) die daaraan vooraf
gaan brengen ons terug tot ca 1320, dus direct aansluitend aan het einde
van de orde. Zoals hieronder zal blijken, hadden de Tempeliers
bezittingen onder Aarle-Rixtel. Een groot aantal auteurs maakt melding van de
aanwezigheid van de Tempeliers in Aarle-Rixel. zie hier voor "Sporen van de
Tempelieren in Nederland" Http;//www.tempelieren.nl.
Literatuur:
Demurger, Opkomst en ondergang van de Tempelridders: de historische waarheid
over de beschermers van het Heilige Graf: 1119-1307, Baarn, Tirion 1993 ISBN
93-83-184 // ISBN 90-5121-367-0
Over het aandeel van de Nederlandse, meer bijzonder Brabantse participatie in de
ridderschap is ons geen enkele publicatie bekend. Het volgende artikel geeft
een goed overzicht van de rol van de Vlaamse ridders:
P.Roggé, Tempelridders, Spiegel Historiael, jrg.7, 1972, p.455
De namen van een zeer groot aantal Vlaamse ridders wordt hierin genoemd.
Demurger stelt in hoofdstuk IV "De logistieke steun in het Westen" onder het hoofd "het dagelijks leven in de westerse commanderijen" dat de meeste commanderijen eerder als versterkte boerenhoeven moeten worden gezien dan als echte "kastelen": Zijn conclusie: De commanderij: een grote boerenhoeve en een luchtkasteel.
In de literatuur wordt geen eensluidend antwoord gegeven of het huis te Rixtel
slechts een bouwhoeve was, of een volwaardig klooster. Gelet op het bovenstaande
is het eerste het meest waarschijnlijk. Wel zal er een kapel aanwezig zijn
geweest. Het huis ressorteerde in ieder geval onder de Commanderie "Ter
Brake" in Alphen (NB), evenals Heusden, Middelburg, Zierikzee, Haarlem,
Beverwijk en Texel.
Het huis "Ter Brake" was in ieder geval een zwaar versterkte boerenhoeve.
Het is gesticht direct na 1118, de oprichting van de Orde. Het is later
overgegaan naar de Johanniter orde, nu bekend als de Maltezer orde. Na 1621 kwam
het aan de Prins van Oranje. Uit de 18e eeuw zijn nog gedetailleerde
beschrijvingen van het huis "Ter Brake" bekend.
De oudste vermelding van de relatie van Rixtel met de orde dateert uit 1214. De
betreffende akten zijn uitgegeven in het "Oorkondeboek Noord-Brabant",
dl.I.
OBN,nr.111,dd.1214: Hendrik I, hertog van Brabant, oorkondt dat Willem, graaf van Megen, saliger
gedachtenis en Diederik zijn zoon hun allodium te Rixtel hebben opgedragen aan de Templum Domini in Ierusalem.
OBN,nr.439,dd.18-11-1289: Schepenen van 'sHertogenbosch oorkonden dat de "magister domus de Brake
ordinis Templariorum" de "bona eiusdem domus in Ricstelle et in
Hezebine sita cum edificiis, agris, terris, pratis, pascuis, censibus,
censualibus, fyodalibus et aliis" in pacht heeft uitgegeven aan Amilius van
Buscele, poorter van 'sHertogenbosch.
Volgens de beschrijving uit 1289 omvatte het geheel dus meerdere gebouwen, akkers
etc., maar werd het toen niet door de orde zelf geëxploiteerd. Of deze pachter Amilius
van Boxtel zelf op het goed gewoond heeft wordt niet duidelijk. Hij kan er
weer een onderpachter geplaatst hebben. Toch is het ook mogelijk dat in hem de stamvader
van het beschreven geslacht Tempelaars gezocht moet worden.
Na de opheffing van de orde zijn de meeste goederen van Rixtel gekomen aan het
vrouwenklooster Binderen, op enkele kilometers afstand gelegen bij Helmond.
Het volgende artikel geeft hierover verdere bijzonderheden:
A.M. Frenken, De Abdij van Binderen onder Helmond, in: Bossche Bijdragen, jrg.11, p.102
De Abdij van Binderen onder Helmond
De goederen der Tempeliers in 1312 zijn verdeeld tussen de Johanniters en het
klooster Binderen. Dit is bevestigd in brieven van Hertog Jan in 1347 en 1353 en
van hertogin Johanna in 1367.
Deze brieven zijn uitgemaakt i.v.m. de heftige geschillen met de Johanniters, en
latere copien hiervan zijn bewaard, als processtukken na de naasting van de Abdij in 1648.
Letterlijk citaat:
Een groot gedeelte dezer landerijen was afkomstig van de Tempelieren, die oudtijds
onder het aangrenzende Rixtel een klooster met vele goederen hadden 1).
Toen de orde der Tempelieren in 1312 werd opgeheven, werden hare goederen te Rixtel
verdeeld tusschen de Johanniterridders en de religieuzen van Binderen 2).
Het rechtmatig eigendom dezer goederen schijnt kort daarop aan de abdij van Binderen
betwist te zijn (vermoedelijk door de Johanniterridders, die, zich beroepend op
de twee bekende Bullen van Paus Clemens V, denkelijk alle Tempeliersgoederen
zullen opgevorderd hebben). De abdij wist echter van Hertog Jan van Brabant in
1347 een Brief of akte van proctectie of sauvegarde te verwerven, welke daarna
nog door twee andere gevolgd werd, t.w. een van dienzelfden Hertog in 1353 en
een van Hertogin Johanna in 1367.
Deze drie Brieven, welker inhoud de abdij tot hare "kloosterprivilegiën"
rekende, zijn, helaas, niet meer aanwezig, doch tijdens een proces tusschen de
stad Helmond en de abdij van Binderen ten jare 1633 werden zij alle drie door de
abdij nog overgelegd. Den gedeeltelijken inhoud dezer Privilegiebrieven leeren
wij kennen uit een Advertissement, dat in het proces alsdan door de
stadsregeerders aan den Raad van State werd overgegeven. Ziehier wat de
stadsregeerders tegen den inhoud dier Brieven aanvoerden:
... dat het merendeel van de goederen, tot het voorschreven clooster van Bynderen
tegenwoordich specterende, van oude tijden toebehoort hebben de Heeren van de
Ordre der Templieren.
Dewelcke onder andere mede een clooster met veele treffelijcke goederen hadden leggen
onder Rixtel achter 't voorschreven clooster van Bijnderen 3).
Ende gemerckt, deselve Templiers niet lange vóór den voorschreven jaere XIIIc
sevenenveertich door de gantsche Cristenheijdt op eene tijt omgebracht wesende,
derselver goederen overal aengeslaeghen wierden,
Ende dat die van 't clooster van Bijnderen mette selve goederen aldaer geleghen -
ende die noch tegenwoordich Bona Templariorum genoempt werden - bij den
hoochgedachten Hertoghe Jan gebeneficeert synde, haer daerinne verscheijden
turbatiën door vreemden ende andere in die trouble tijden werden aengedaen,
Soo is 't, dat deselve Hertoge Jan, alsdoen mede Heer van Helmont sijnde, ende
successivelijcke de hoochgemelte Hertoginne Johanna de voorschreven Acten van
Protectie respectivelijck aen die van 't
voorschreven clooster van Bijnderen gegeven hebben,-
Principaelijck daertoe tenderende, dat die van 't selve clooster in 't gebruijck van haere
goederen niet geturbeert, maer daerinne peijselijcke gemainteneert ende van alle
cracht ende gewelt bevrijt souden werden;
Tot welcken eijnde oock de Schouteth van den Bossche gelast werdt om haeren
beschermer te sijn, als hebbende van wegen den Hertoge van Brabandt criminele
jurisdictie, soo over deselve stadt als haerder Meijerije, te weeten daer geene
particuliere grontheeren en sijn.
Maer daeruijt en can in 't minste niet geinfereert werden, dat die van 't voorschreven
clooster van Biinderen niet en souden 'resorteeren onder de jurisdictie van
Helmont, maer een corpus apart soude wesen, gelijck sij in desen met grooten
onrechte pretexeren,
Nochte oock dat sij ofte haere goederen vrij ende exempt souden sijn van den lasten,
contributiën ende schattingen, die successivelijcke aen de Hertoghen van
Brabant betaelt hebben moeten worden.
Uit bedoeld Advertissement blijkt ons verder nog, dat op het einde der Brieven
bevolen werd,"dat niemandt sich onderwenden soude, aen des voorschreven cloosters goederen ofte de
luijden, daertoe behoorende, eenige moeijenisse ofte bedwanck aen te doen sonder
Onse beveelen ende tot Onsen wederseggen toe."
1) Volgens een handschrift van W. C. Ackersdijck (in het kasteel van Croy) stond
het klooster tegenover de kerk van Rixtel.
2) Zie o.a. Philips van Leefdael t.a.p., blz. 50.
3) In zijn werk Oorkonden betreffende Rixtel, blz. 128 trekt Jhr. Mr. A. F. 0. van
Sasse van IJsselt het in twijfel, dat de Tempeliers onder Rixtel een klooster
zouden gehad hebben, omdat hij op grond van hetgeen hij dan verder vermeldt, van
oordeel is, dat de Tempeliers aldaar enkel en alleen eene bouwhoeve bezaten en
dat het klooster, hetwelk zij in het Brabantsch deel van Noordbrabant hadden,
te Alphen bij Breda stond. Dit laatste echter sluit geenszins uit, dat zij ook
een klooster onder Rixtel hadden. En uit hetgeen de schrijver dan verder
mededeelt, kunnen wij geenszins een bewijs voor zijne meening ontdekken. De door
hem medegedeelde verklaring van Hertog Hendrik van Brabant uit het jaar 1214,
dat Willem Graaf van Megen en Dirk zijn zoon hun allodiaal goed te Rixtel hebben
geschonken aan de Tempeliers, stelt hem veeleer in het ongelijk. Daarin lezen
wij toch, dat zij geschonken hebben "allodium suum in Rikestele cum omni
integritate et omnibus attinentiis templo Domini in Jerusalem .... ad usus
Fratrum ibi Deo militantium, tam in jure patronatus, quam terris quam pratis et
nemoribus". Wat voor zin hebben de woorden "in jure patronatus",
als hier geen sprake zou zijn van kerk of klooster? Het getuigenis van Wichmans
in zijn "Brabantia Mariana", blz. 402 en dat van Philips Baron van
Leefdael in zijne "Beschryving der Meiery van 's‑Hertogenbosch",
blz. 50 laten na bovenstaande verklaring der Helmondsche stadsregeerders (aan
wie de inhoud der drie bovenbedoelde Brieven bekend geweest moet zijn) het
bestaan van een Tempelierenklooster te Rixtel naar onze mening geenszins twijfelachtig.
Het geslacht afkomstig uit Aarle, gegoed te Helmond en Mierlo, later te Someren.
Van deze familie is een wapen bekend, namelijk zoals getoond op een schepenzegel:
Deze Jan was weer een zoon van Thomas Jan Tempelaars, of beter: Maes
Tempelaars,
zoals hij in de meeste akten genoemd wordt. Deze Maes wordt in 1447 poorter van
Helmond, maar heet daar van Aarle afkomstig:
Maes was 2 x getrouwd, met NN en een zekere Aleit. Zijn schoonvader was Aert Snoecx,
uit een van de belangrijkste Helmondse families in die tijd. Hij overlijdt in
1501. Hij heeft een zuster Catharina, getrouwd met Willem die Louw, die
een rente sticht t.b.v. de kosterij te Aarle uit een aantal goederen te
Aarle.
Ook de kinderen van Maes hebben nog verschillende renten uitstaan in Aerle.
In 1537 verkopen zijn erfgenamen een mud rogge, jaarl. uit een beemd geheten den
Langenbeempt te Breugel ter plaatse geheten op Oerle. Als oorspronkelijk
eigenaren worden genoemd: Jan soen w. Jan Tempelers zv w. Jans, daarvoor
Marten van den Broeck soen w. Jans van den Broeck. (Helmond ORA
nr.230, p.444,
nr.1601, dd.16-6-1537 en ORA 231, p.27, nr.110, dd.28-1-1539)
Als eerste generatie van de stamboom kunnen we dus opvoeren:
I.Jan Jan Jan Tempelers, huwt NN
In de 5e generatie treffen we aan Jan Sijmon Tempelaars, die in Someren
trouwt en goederen erft van zijn schoonouders.
VC. Jan Sijmon Tempelers, ovl. 1569
Helmond ORA230,p.354,nr.1224,dd.23-6-1534:
Jan soen w. Symon Tempelers heeft gemechticht Willem Jan Tymmermans den Joncsten
om in zijn naam te mogen manen, eisen en ontvangen cijnsen, pachten, renten en schulden die aan Jan
toekomen, in prosesto Joh. Baptist 1534.
VIA.Sijmon Jan Templer huwt Someren ca 1566 Margriet Goort Reijnders op de Camp.
Zij huwt 2e Someren ca 1580 Jan Ard Sanders alias Bitters
Someren ORA4,f.17,dd.3‑11‑1594:
Testament gemaakt dd. 1584 door Jan Aert
Sanders en Margriet Reynders zijn huisvr. Wegens gebrek van betaling zijn de
goederen van Margriets vader en moeder opgewonnen door crediteuren en rentmrs.
te Den Bosch. Uit de voorz. goederen laat testatrice na aan haar 2 voorkinderen
verwekt bij Simon Templers 1 pond groot eens en de rest met de nakinderen
te gelijkelijk delen.
Deze pagina is uit een onderzoek van drs. Frans Vlemmings
© 2001Genealogie Familie Tempelaar Webmaster DickTempelaar@hccnet.nl
Kinderen:
A.Maes, ovl.1501, huwt 1e Aleit?? Aert Snoecx, huwt 2e Aleit NN
B.Catharina,huwt Willem die Louw
huwt 1e NN,
huwt 2e Anna dr Peter Goort Maes
Kinderen:A.Simon, -.Dirck, -.Merike
Someren ORA65,f.82,dd.3‑8‑1552:
Verkoop door Jan Sijmon Tempelers aan Reyner Jan Willems van een mander rogge erfpacht
uit huis, hof, enz. in de Coninckstraet. Item nog uit zijn kindsdeel hem aangekomen na dood van
Peter Goort Maes zijn huisvr. vader en nog zal aankomen na dood van Marike zijn huisvr. moeder.
ORA65,f.113v,dd.6‑4‑1553:
Verkoop door Bartholomeus en Goort, gebroeders, Jenneke met geboren momb., Jan
Jan Martens van de Venne als m&m van Ermgaert, Jan Sijmon Tempelers
als m&m van Anna, Matheus Joordens als m&m van Geertruyt, Gielis Aert
Willems als m&m van Oda, Hanrick van Rijn als m&m van Anthonia, Willem
Goorts als m&m van Wilhelma en Jan Henricks Verhouven verwekt bij Jooste
zijn huisvr.? allen broers en zusters, en kinderen van Peter Goort Maes verwekt
bij Marie zijn huisvr. aan Joost Francken Verdiseldonck, Jan zijn broer en
Heylke en Jutken zijn zusters, van huis, hof, enz. gelegen aent Slieven, ul
Meester Dirrick van Kessel, al erfg. Matthijs van Barlo, uf Jan Joost Custers,
af de straet. Item nog een stuk land gelegen omtrent de kerk.
ORA71,f.54v,dd.17‑1‑1563:
Belofte van betaling door Simon Jan Templers zich mede sterk makende voor
Dirrick en Merike zijn onbej. broeder en zuster aan Jan Templers hun
vader of zijn huisvrouw met de oeren of wett. erfg. van 68 gld.
ORA73,f.17,dd.6‑9‑1568:
Scheiding en deling tussen Jan Templers met Sijmon en Marijtken zijn
kinderen en Sijmon voorz. zich sterk makende voor Dirck zijn broer van huijs,
hoff etc. gelegen in de Coninckstraet, ul. en uf. de ghemeijnstraet, al. opten
wech toebehorend de erfg. Mr. Dirck van Kessell.
Met het huijsraet dat Jan met zijn eerste huijsvrouw had mag hij doen wat hij wil.
ORA73,f.158,dd.23‑6‑1569:
Aerdt Scherders momboir over Marijke Templers
Kinderen uit het 1e huwelijk:
A.Jenneke, huwt Poortugaal Herman Meeus
B.Herman
NB: de naam van het 2e kind wordt in de Somerense archieven niet genoemd. Gelet op
de gegevens uit Poortugaal neem ik aan dat we hier Herman moeten plaatsen.
ORA83,f.17,dd.25‑9‑1600:
Verkoop door Jan Peters van Leveroy aan Jan Aert Sanders en Margriet zijn
huisvr. ter tocht en Heijlke haere wett. dr. omdat sij cruijpel ende lam is ter
erfrecht van alsulcke gerechtigheid als Jan in koop verkregen heeft de erfg. Simon
Templaers blijkens schepenbrieven van Portugael, gelegen aen't Slieven
omtrent de Doelstraet.
ORA91,f.121,dd.15‑7‑1634:
Enneke dr. w. Jan de Bitter, wed. Frans van de Zeijlberch vernadert de erfenis zoals Jan sone
Lieven Joppen in koop verkregen heeft tegen Henrick Meeus m&m Jenneke Simons
beide wnd tot Poortugael, haer halve moederlijke zuster.
ORA92,f.52v,dd.31‑3‑1638:
Testament van Jan Lieven Joppen en Enneke Jan de Bitter. Legaat aan Jenneke
Sijmons haer halve zuster.
ORA96,f.135v,dd.30‑10‑1653:
Meeus en Sijmon Hermans wnd te Poortugael, knd. w. Herman Meeus en Jenneke
Sijmon Jan Templer hebben verkocht Jan Juliaen Joppen het versterf
aangekomen van Grietje Reijnders, genaemd Grietje Bitters hun grootmoeder en van
w. Sijmon Jan Tempelaer haer eerste man.
Deze webpagina is een onderdeel van http//tempelaar.cadicto.nl/ en met dank aan
vele inzenders tot stand gekomen. Bovenstaande genealogische gegevens zijn
nadrukkelijk alleen bedoeld voor niet-commercieel en persoonlijk gebruik om tot
een uitwisseling van gegevens te komen bij eventuele gezamenlijke voorouders.
Onder geen beding mogen bovenstaande genealogische gegevens worden
verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of
welke andere wijze dan ook zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de
samensteller dezes. Ook verspreiding via CD-rom, BBS of Internet is zonder
schriftelijke toestemming van de samensteller dezes niet toegestaan.