1. De Tempelier als beschermer van 1119 tot 1291. 2. De Tempelier als vervolger van 1291 tot 1319. 3. De Tempelier als financier, ontdekkingsreiziger en prediker van 1319 tot 1523. 4. De Tempelier als monnik van 1523 tot 1521. 5. De Portugese Gouden Eeuw van 1495 tot 1521. 6. De uittocht van 1521 tot 1550. 7. De Ambachtsheerlijkheid Poortugaal. 8. Het wapen van Portugal en Poortugaal. 9. De Tempelaar in Poortugaal. 10.Literatuur en onderzoekers.
1. De Tempelier als beschermer van 1119 tot 1291.
De geestelijke ridderorde, 1119 gesticht in Palistina o.a. door Hugo de Payens, Godfried van St. Omer, met het doel pelgrims naar het Heilige Land te beschermen. De geloften waren: kuisheid, armoede, gehoorzaamheid en verdediging van het Heilige Land. De leden droegen een wit kleed met 8-puntig rond kruis op de borst; hun standaard was een gestreept zwartwit veld met hetzelfde kruis. De orde, 1127 door paus Honorius II bevestigd, onder statuten 1128 opgesteld door Bernard van Clairvaux, ontleende haar naam aan het door koning Boudewijn geschonken gedeelte van zijn kasteel in Jeruzalem, dat grensde aan de plaats van de vroegere tempel van Salomo. Aan het hoofd van de orde stond een grootmeester. Na de val van Acre (1291) werd de zetel van de Tempeliers verplaatst naar Cyprus; zij telde toen ca. 27.000 leden.
2. De Tempelier als vervolger van 1291 tot 1319.
Daar de Tempeliers in Europa een gevaar vormden voor de opkomende macht der staten, stonden zij sedertdien aan vervolging bloot, te beginnen in Frankrijk, waar Filips de Schone zich in 1307 meester maakte van de bezittingen der Tempeliers.: grootmeester Jacgues Bernard de Molay liet het leven op de brandstapel (11-3-1314). Paus Clemens V hief de orde in 1312 op. Zij bleef bestaan in Portugal onder de naam Christusorde en in Schotland als Ridders van de Distel.
3. De Tempelier als financier, ontdekkingsreiziger en prediker van 1319 tot 1523.
In 1319 stichtte koning Dinis de Portugese tak, de ‘Ordem da Cavalaria do Templo’ (kortweg ‘Templarios’) welke zijn zetel in Tomar had. Na de definitieve verdrijving van de Moren kreeg de orde een nieuwe opdracht: de vergroting van de Portugese koninklijke macht, Hendrik de Zeevaarder en Manuel I werden grootmeesters en konden zo de orde gebruiken voor hun idealen, de orde financierde de ontdekkingsreizen en verzorgde de bekering tot het christendom van de óngelovigen’. Haar symbool het achthoekige, rode kruis (overgenomen van de tempeliers) werd een begrip. Het was onderdeel van het wapen van Manuel I en het sierde elk zeil van de karvelen van de ontdekkingsreiziger.
4. De Tempelier als monnik van 1523 tot 1910.
Na deze roemruchte periode werd haar macht echter beperkt, doordat Joäo III in 1523 bepaalde dat het religieuze aspect weer de boventoon moest gaan voeren. De orde werd weer een zuivere monniksorde. In 1789 volgde de secularisatie en bij de val van de monarchie in 1910 werd de orde opgeheven.
5.De Portugese Gouden Eeuw van 1495 tot 1521.
Portugal was in de roemruchte periode de voornaamste maritieme en koloniale Europese
mogendheid. Het bezat het monopolie op de handel van de specerijen en het kreeg
de beschikking over Afrikaans goud en ivoor, Braziliaans suikerriet, Chinese
zijde en Perzische tapijten. Lissabon werd als schakel tussen Europa, Azië,
Amerika en Afrika de stapelplaats van allerhande exotische waar. In de eerste
jaren stroomde het geld binnen: de Século de Ouro (= de Gouden Eeuw) was
aangebroken. De koning die hier het meest van profiteerde was Manuel I ‘o
Venturoso’(= de Gelukkige, 1495-1521).
6. De uittocht van 1521 tot ca 1550.
Schaduwzijden
had deze Gouden Eeuw, die lang geen 100 jaar duurde, ook in grote mate en de
keerzijde van het bezit van zo’n enorm imperium voor zo’n klein land
kondigde zich al aan. In korte tijd raakte Portugal bijna de helft van zijn
bevolking kwijt: het aantal Portugezen liep terug van twee naar één miljoen.
De akkers kwamen braak te liggen en levensmiddelen moesten ingevoerd worden.
Manuel I en zijn opvolgers, die vrouwen uit Spanje als echtgenotes kozen, gingen
onder druk van de Spaanse religieuze fanatici over tot de vervolging van ‘mudéjaren’
(Moren die na de ‘Reconquista’ waren gebleven, letterlijk ‘zij die mogen
blijven’) maranen (onder dwang christelijk geworden joden) en joden. Door de
gedwongen vlucht van de joden (door de invoering van de inquisitie in 1536) naar
de Nederlanden en Duitsland werd aan het land kennis en kapitaal onttrokken.
7.
De Ambachtsheerlijkheid Poortugaal.
Een
Ambachtsheerlijkheid is de heerlijkheid van een ambachtsheer. In Holland en
Zeeland was de term zeer gebruikelijk. De Ambachtsheerlijkheid onderscheidde
zich van de vrije of hoge heerlijkheid, doordat de heer geen jurisdictie in
halszaken bezat. Naast rechtspraak behoorden ook bestuur en wetgeving tot de
competentie van de heer. Deze liet uitoefening van al deze bevoegdheden meestal
over aan een door hem benoemde schout (werkelijke uitvoering door schout en
schepenen). Voorts had de heer o.m. recht op allerlei heffingen. Oorspronkelijk
waren de Ambachtsheerlijkheden in handen van edellieden. Later werden ze veelal
gekocht door rijke burgers en door steden.
De Ambachtsheerlijkheid Poortugaal, 1262 ha, op de kaart “Holland”, in het Baljuwschap Putten is omsloten door Albrandswaard en Kijvenlanden (14), Rhoon en Pendrecht, ’s-Gravenambacht en Boudewijnsland (11), Pernis, Hoogvliet, Oud- en Nieuw- Engeland (12), Langebakkersoord (13) tot slot aan de overkant van het water Spijkenissen en Brabant, Hekelingen en Vriesland. Op 7 augustus 1731 kocht de stad Schiedam van de Staten van Holland en West-Friesland de Ambachtsheerlijkheden van Poortugaal, Hoogvliet en Pernis voor de som van 37000 gulden. Ambachtsheerlijkheden zijn na 1814 overgegaan in een plattelandsgemeente. Bij het ontstaan van de gemeente Albrandswaard In 1985, werden de gemeentelijke organisaties van Rhoon en Poortugaal samengevoegd. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de gemeentegids van Albrandswaard of http://www.ngw.nl/a/albrand.htm
8. Het wapen van Portugal en Poortugaal.
9. De Tempelaar in Poortugaal
De eerste TEMPELAAR in onze stamboom is
Herman geboren in 1574 met daarvoor een aantal voorouders met achternaam
variatie van TEMPELAR, TEMPELER, TEMPELERS, TEMPELAER e.d. opvallend is dat
het voorste gedeelte van de achternaam in alle gevallen gelijk blijft TEMPEL.
Van de
onderzochte familie kan met zekerheid
gesteld worden, dat de naam teruggaat op de geestelijke orde van de ridders van
de tempel. De naam
hoeft echter niet te verwijzen naar een tempelridder, eerder is het
waarschijnlijk dat de oorsprong gezocht moet worden bij een familie van pachters
van de goederen van de orde, mogelijk is de naam zelfs ontstaan nadat de orde
reeds opgehouden had te bestaan.
Het is
niet duidelijk of we met één familie te maken hebben. Vooralsnog
zijn ons verschillende stambomen bekend.
10.
Literatuur en onderzoekers.
© 2001Genealogie Familie Tempelaar Webmaster DickTempelaar@hccnet.nl
Deze webpagina is een onderdeel van http//tempelaar.cadicto.nl/ en met dank aan
vele inzenders tot stand gekomen. Bovenstaande genealogische gegevens zijn
nadrukkelijk alleen bedoeld voor niet-commercieel en persoonlijk gebruik om tot
een uitwisseling van gegevens te komen bij eventuele gezamenlijke voorouders.
Onder geen beding mogen bovenstaande genealogische gegevens worden
verveelvoudigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of
welke andere wijze dan ook zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de
samensteller dezes. Ook verspreiding via CD-rom, BBS of Internet is zonder
schriftelijke toestemming van de samensteller dezes niet toegestaan.